Inwoners zochten hun heil op het dak.
Inwoners zochten hun heil op het dak. Foto: Archief werkgroep Watersnood 1926

Gezamenlijke herdenking van de Watersnoodramp in 1926

Algemeen

MAAS EN WAAL - ‘Ook de laatste dag van 1925 begint met regenvlagen en de zuidwesterstorm, die het lage land nu al bijna een week lang teisteren. De Maas staat kantjeboord aan de dijken, en over de bij Overasselt kilometers brede ondergelopen uiterwaarden jaagt de wind de golven hoog op. Schuimkoppen en hele plenzen water rollen over het week geworden dijklichaam heen. Maar niemand schijnt zich daarvan iets aan te trekken of gevaar te vermoeden…’

Dit is de openingspassage uit het boek ‘Wee den vergetenen!’ van streekhistoricus Huub van Heiningen, dat in september 1985 verscheen. Maar op die laatste dag van 1925 breekt de dijk bij Overasselt en met een verval van anderhalve meter stort het water de polder in. Het water baant zich een weg in westwaartse richting, naar de meest laaggelegen dorpen Dreumel, Alphen en een deel van Wamel. Dit gebied werd ook wel ‘de zak van Maas en Waal’ genoemd. Hier zijn de problemen en de schade uiteraard het grootst. 

Dat wil niet zeggen dat in de andere dorpen geen problemen zijn. Zo staat in het veel meer oostelijk gelegen Deest nog altijd 1 meter water. Overal in Maas en Waal hebben de boeren het vee op hogere plaatsen ondergebracht, zoals bijvoorbeeld in de kerken, maar ook op de dijken. Veel woningen gaan verloren, vooral die van de meest arme mensen, omdat dat veelal kleine, slechte woningen waren. 

Al met al kwam het erop neer dat de mensen in Maas en Waal die het minste hadden ook het minste, of niets, kregen, en dat de ‘rijken’ het best gecompenseerd werden. 

Heden, verleden, toekomst

De gemeenten West Maas en Waal, Druten, Beuningen, Wijchen en Heumen willen deze ramp van honderd jaar geleden gezamenlijk gaan herdenken. Naast het herdenken wil men ook aandacht schenken aan de functie van het water nu en de uitdagingen van het water in de toekomst. Dat doet men aan de hand van een drietal sporen; het verleden (herdenken), heden (recreatie en ontspanning) en de toekomst (de klimaatadaptie zoals hoog water en droogte).

Aan de gemeenteraden van de betrokken gemeenten wordt gevraagd om elk 10.000 euro uit te trekken voor een projectleider om een projectplan uit te werken. De Provincie heeft aangegeven dat zij mogelijkheden ziet om dit project substantieel financieel te ondersteunen. De bijdrage hangt af van het nog in te dienen projectplan.

Door Ton Ebben