
De laatste doorbraak
Column VeelstromenlandDe nacht van 31 december 1925 markeert een dramatisch keerpunt in de geschiedenis van Maas en Waal. De dijk tussen Overasselt en Nederasselt begeeft het, en een kolkende watermassa overspoelt het land tussen Maas en Waal. Hoewel er geen verdrinkingsdoden vallen, eisen honger en kou later alsnog hun tol. Huizen worden weggespoeld, voedselvoorraden bederven en de regio kreunt jarenlang onder de economische nasleep.
De oorzaak? Een te zwakke dijk, verergerd door bureaucratische traagheid. Al jaren pleiten Rijk en dorpspolder Overasselt voor een verhoging, maar onenigheid over de kosten verhindert tijdige versterking. Zware regenval, smeltwater en stormwind doen de rest.
Het water zoekt zijn weg naar het westen, richting Alphen en Dreumel, de zak van Maas en Waal. Als het water er vier meter hoog staat, neemt dijkgraaf Johannes de Leeuw een controversiële beslissing: het opblazen van de dijk aldaar om het waterpeil te verlagen. Hoewel effectief, veroorzaakt dit chaos. Huizen en boomstammen worden meegesleurd en richten grote schade aan.
Evacuaties verlopen chaotisch. Mariniers redden mensen en brengen voedsel, maar de kou drijft velen hun ondergelopen huizen uit. Vee wordt gestald op dijken en in kerken, wat tot veeziekten leidt. Begin januari verandert vorst de getroffen regio vervolgens in een ijspaleis. De dijken zijn spiegelglad en gevaarlijk. Het ijs drukt zwaar op huizen en bomen. In het Bosch van Horssen sneuvelen de oudste bomen onder het gewicht van het ijs.
Het herstel vergt een maandenlange strijd. Stoomgemalen draaien op volle toeren, maar aanhoudende regen belemmert de voortgang. Pas in april 1926 is het land droog. De regering weigert de ramp een nationale status te geven, waardoor hulp vooral uit particuliere giften komt. Dit leidt tot onenigheid over de verdeling van geld en goederen.
De doorbraak verandert het landschap én de gemeenschap blijvend. Economische schade en sociale onrust sijpelen door tot ver in de jaren 30. Het is een herinnering aan hoe waterbeheer, bureaucratie en solidariteit hand in hand moeten gaan - voor het te laat is.
Door Peter Fontijn

