Noodwoningen in 1926.
Noodwoningen in 1926. Historische vereniging Tweestromenland

Noodwoningen

Historie Watersnood '26

Bij de watersnoodramp in januari 1926 werden in het Land van Maas en Waal meer dan 1.000 woningen door het water weggevaagd of onherstelbaar beschadigd; ongeveer een kwart van het totale aantal woningen. Eenzelfde aantal bleef voor lange tijd onbewoonbaar.

Het provinciebestuur en de gemeenten zagen al snel in dat de wederopbouw na de overstroming de macht van elke afzonderlijke gemeente te boven zou gaan. Er werd op 19 januari een gezamenlijk bouwbureau opgericht. Dat bestelde direct 100 noodwoningen voor de eerste opvang van vluchtelingen na terugkeer. Later werden er nog eens 150 bijbesteld.

De meeste werden geplaatst in Dreumel (74), Alphen (44) en Wamel (32) en daarnaast in Maasbommel, Beneden- en Boven-Leeuwen, Druten, Altforst en Appeltern. Het ging om eenvoudige houten keten; een kleine keuken/kamer en een paar slaaphokken. Ze waren bedoeld voor tijdelijk verblijf en zouden spoedig vervangen worden door meer permanente huizen. Met de bouw daarvan werd na de zomer van 1926 gestart. Een jaar later waren de meeste vluchtelingen inderdaad vanuit hun noodwoning verkast naar een stenen huis en de houten barakken in gebruik genomen als veestal of schuur. Niettemin woonden in het najaar van 1927 nog steeds zo’n 50 gezinnen met 200 kinderen in zo’n noodbarak. Daarover later meer.

Anno 2026 is in Maas en Waal nog één noodwoning te vinden, in Beneden-Leeuwen.

Zie ook: www.watersnood.nl.