Een hulpactie in Enkhuizen voor de slachtoffers van de watersnood in Maas en Waal.
Een hulpactie in Enkhuizen voor de slachtoffers van de watersnood in Maas en Waal. Foto: Historische Vereniging Tweestromenland.

Nederland leeft mee

Historie Watersnood '26

Het Rijk liet het in januari 1926 afweten, als het gaat om hulp aan het getroffen Land van Maas en Waal. Minister-president Colijn zag de overstroming niet als een nationale ramp, dus ook geen reden tot steun. De slachtoffers waren aangewezen op liefdadigheid.

Maar die kwam. Via de kranten, geïllustreerde bladen en bioscoopjournaals kon iedereen getuige zijn van wat zich afspeelde in en rond de ondergestroomde gebieden. Diezelfde media riepen op tot hulp. Het medeleven van het Nederlandse volk was hartverwarmend.

Door collectanten werd aan alle Nederlandse deuren geklopt voor een bijdrage voor de slachtoffers. Er werden liefdadigheidsconcerten, bazaars, veilingen en benefietwedstrijden gehouden. Het bedrijfsleven liet zich niet onbetuigd; er kwamen ook giften uit het buitenland. De kranten hielden staatjes bij van de ingezamelde bedragen. Dat ging met kwartcenten, centen, stuivers, dubbeltjes, kwartjes en guldens.

Overal werden kleding, dekens, schoeisel, veevoer en andere hulpgoederen ingezameld voor het noodlijdende gebied. Dankzij organisaties als het R.K. Huisvestings-Comité in Den Bosch – die ook de opvang van vluchtelingen regelde – en het Rode Kruis werden de Maas en Walers zo, tijdens de eerste weken van de ramp, geholpen.

De klap kwam daarna. Bij de watersnoodramp werden meer dan duizend woningen weggevaagd, of zwaar beschadigd. Ondanks alle vrijgevigheid bleek er niet voldoende geld om de honderden gedupeerde gezinnen een nieuw onderdak te bieden.

Zie ook: www.watersnood26.nl.

Gedenkteken voor dijkgraaf De Leeuw in Alphen.