
Wie zorgt voor het verleden? (slot)
Column VeelstromenlandDe gemeente Druten telt 111 gemeentelijke monumenten en 56 rijksmonumenten: kerken en boerderijen, villa’s en dijkmagazijnen; stille getuigen van dorpen die steeds opnieuw uitgevonden werden. Jarenlang liepen we er vooral achteloos langs. Pas toen Bond Heemschut aan de bel trok over de verwaarloosde villa aan de Kattenburg, de Engelhof in Afferden en Kweekhoven in Horssen, drong het besef door dat nalaten blijkbaar óók een optie is.
Met de nulmeting door de Monumentenwacht zet Druten nu een serieuze stap. Voor 35.000 euro wordt de staat van alle monumenten in kaart gebracht; niet alleen van de drie zorgenkinderen, maar ook van de panden die wél goed zijn onderhouden. Dat is winst: verstandig beleid begint met weten waar je staat. Maar een rapport alleen redt geen enkel gebouw.
Erfgoedvereniging Heemschut kan alarm slaan wanneer verval dreigt. De handreiking ‘Monument en overtreding’ laat zien dat gemeenten, als het moet, stevig kunnen optreden: dwangsom, bestuursdwang, desnoods strafrecht. Toch gaapt er in de praktijk vaak een kloof tussen constateren en handelen, zeker wanneer eigenaren financieel vastzitten of wanneer verwaarlozing jarenlang is gedoogd.
Misschien is dat wel de kern: monumentenzorg is geen hobby van een paar liefhebbers, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gemeente moet duidelijk zijn over regels én hulp: subsidies, leningen, goed advies. Eigenaren moeten eerlijk zijn over wat ze aankunnen, en tijdig aan de bel trekken als het niet lukt. En wij, omwonenden en voorbijgangers, doen er goed aan verder te gaan dan het plaatsen van een boze post op sociale media of het web.
De nulmeting is straks klaar, de lijst met gebreken waarschijnlijk langer dan ons lief is.
Dan begint het echte werk: kiezen wat we willen bewaren, waar we in durven investeren en waar we - hoe pijnlijk ook - misschien te laat zijn. Het verleden is niet maakbaar, maar hoe we ermee omgaan, is dat wel.
Door Peter Fontijn


