
Schade nauwelijks te schatten
HistorieHet Land van Maas en Waal stond in januari 1926 weken onder water. Ruim duizend woningen werden verwoest of onherstelbaar beschadigd. Eenzelfde aantal raakte voor lange tijd onbewoonbaar. De schade van de watersnoodramp van 1926 was enorm, maar laat zich nauwelijks schatten. Toch werden er toentertijd pogingen gedaan: onder meer door het Bouwbureau Watersnood, dat werd opgericht om de herbouw op te pakken.
Toen eind januari het water een eind gezakt was, gingen inspecteurs van het bureau op pad om de schade op te nemen. Er kwamen bijna 3.200 verzoeken tot betaling van schadeherstel binnen. Daarvan werden er zo’n 2.500 gehonoreerd. Het Bouwbureau liet zelf 290 nieuwe woningen bouwen, voor een bedrag van ongeveer 1 miljoen gulden. Het keerde daarnaast een soortgelijk bedrag uit aan derden voor geleden schade.
Volgens het CBS is een bedrag van 2 miljoen gulden in 1926 omgerekend naar nu ruim 21 miljoen euro, maar dat zegt niet alles. De eenvoudige watersnoodwoningen kostten toen zo’n 3.000 gulden, omgerekend naar nu ongeveer 32.000 euro. Voor zo’n zelfde huis betaalt men anno 2026 minimaal het tienvoudige. Zo bezien beliep de totale schade van de watersnoodramp van 1926 vele tientallen miljoenen hedendaagse euro’s, als het niet meer is.
Zie ook: www.watersnood26.nl.


