
Doe eens lief
Column VeelstromenlandVroeger was het minder heet. En overzichtelijker. Je had mensen uit Druten en mensen uit Leeuwen. Dat was niet altijd hetzelfde slag volk. Er bestond enige animositeit, mede omdat het water zich niet altijd aan de dorpsgrenzen hield. De hoger gelegen dorpen konden het overtollige water richting de lager gelegen dorpen laten stromen. Dat was geen theoretisch debat. Als je kelder blank stond, wist je precies waar je boos op moest zijn.
En dan waren er natuurlijk de katholieken en de protestanten. De een had zijn kerk, de ander de zijne. Men wist bij welke zuil iemand hoorde en dat kon voldoende zijn voor een gezonde dosis wantrouwen. Toch woonde men uiteindelijk gewoon naast elkaar. Men trouwde, werkte, handelde en maakte ruzie. En de volgende dag ging het leven weer verder.
Tegenwoordig lijken we nieuwe tegenstellingen te hebben gevonden. Niet meer zozeer Druten tegen Leeuwen, katholiek tegen protestant, hoog tegen laag; maar bijvoorbeeld ‘woke’ versus ‘nuchter’. De ene groep is volgens de andere wereldvreemd, overgevoelig en voortdurend op zoek naar iets om zich aan te ergeren. De andere groep vindt de nuchtere mensen ongevoelig, ouderwets en blind voor wat er werkelijk speelt.
En zo staan we weer tegenover elkaar. Alleen: het water stroomt tegenwoordig niet meer door de weteringen. Het stroomt door Facebook, X en andere digitale sloten. En daar kan één vonkje genoeg zijn om de hele dijk door te steken.
Misschien moeten we daarom eens iets ouderwets proberen. Niet onmiddellijk roepen dat iets ‘discriminatie’ is. Niet meteen iemand wegzetten als ‘woke’ of juist als ‘ongevoelige oude brombeer’.
Eerst eens luisteren. Een beetje lachen. Een beetje relativeren. En als het écht nodig is: elkaar gewoon rustig vertellen dat we het niet met elkaar eens zijn.
Want uiteindelijk wonen we nog steeds bij elkaar. In dezelfde wijk, hetzelfde dorp, ons Veelstromenland.
Daarom mijn voorstel voor vandaag: Doe eens lief.
Niet omdat iedereen gelijk heeft. Maar omdat niemand er slechter van wordt.
Door Peter Fontijn



