
De Toestand in Maas en Waal (2)
Column DichterbijSneller dan vroeger (maar niet voor het eerst)
Als kind zat ik achterin de auto. Mijn ouders voorin, wij kinderen keurig verdeeld: links, midden, rechts. Dat zou altijd zo blijven, dacht ik. De wereld was ingedeeld. Overzichtelijk.
Radio was radio. Televisie televisie. Nieuws kwam op vaste tijden. En veranderingen? Die kwamen langzaam. Tenminste, zo voelde het.
Tot ik onlangs een dik boek las, De storm die wij vooruitgang noemen. Over mensen die twee eeuwen geleden exact hetzelfde opschreven: dat het te snel ging, dat ze het niet meer bij konden houden, dat de wereld onherkenbaar was geworden sinds hun jeugd.
Blijkt dat gevoel van versnelling helemaal niet nieuw te zijn. Rond 1800 klaagden mensen al over stoomtreinen, fabrieken en gaslicht. Hun vertrouwde wereld verdween. Ze begonnen dagboeken te schrijven om grip te houden op de tijd.
Dat gaf me perspectief. Niet omdat onze uitdagingen nu minder groot zijn; integendeel. Maar omdat twijfel blijkbaar bij grote veranderingen hoort. Nostalgie ook. Het verlangen naar hoe het was. Of hoe we dénken dat het was.
In Maas en Waal zie je dat terug. In de liefde voor de Leste Mert, de Lucia-processie, het Victoriaanse Dickensfestijn, een streekmusical in het dialect met een lach en een traan. Niet uit verzet tegen de toekomst, maar als anker. Even houvast.
Misschien zijn we niet verandermoe, maar verander-onzeker. We weten dat het anders moet, maar niet hoe. We voelen dat systemen piepen en kraken, maar zijn bang om ze los te laten.
En toch: elke generatie denkt dat hún tijd uitzonderlijk is. Misschien is dat ook zo. Maar het helpt te weten dat mensen ons voorgingen. Met dezelfde vragen. En ongeveer dezelfde zucht: waar gaat dit heen?
Door Peter Fontijn



