
De andere kant van fuseren
Algemeen VeelstromenlandFusie? Even de advocatus diaboli uithangen, advocaat van de duivel spelen. Het klinkt daadkrachtig, fusie. Eén loket, één college van B&W, één forse stem aan de tafel van Provincie en Rijk. In het Land van Maas en Waal duikt het idee geregeld op: Druten, Beuningen en West Maas en Waal samen. Zeventigduizend inwoners. Groter lijkt beter. Het wordt (weer) onderzocht. Maar wie alleen kijkt naar bestuurskracht en efficiency, ziet niet wat er onder water gebeurt: wat blijft er over van het lokale weefsel?
De ervaring met de Werkorganisatie Druten-Wijchen zou eigenlijk al genoeg waarschuwing moeten zijn. Een dure constructie, opgezet om schaalvoordeel te boeken, maar intussen voor veel inwoners vooral een bron van afstand en frustratie. Ook volgens ambtenaren.
De lijntjes werden langer, de loketten onpersoonlijker en de kosten bleven stijgen. Een fusie zou dat niet oplossen; ze zou het probleem formaliseren.
Onderzoek laat zien dat de verkiezingsopkomst structureel daalt na een herindeling. Niet veel, maar wél blijvend. Mensen voelen zich minder gehoord. Bestuurders verdwijnen uit het dorpsbeeld, besluiten schuiven verder van de keukentafel. De lijm die gemeenschappen bijeenhoudt - wederzijds vertrouwen, herkenning, informele controle - begint los te laten.
De reflex om te ‘moderniseren’ gaat vaak uit van spreadsheets, niet van mensen. Maar een gemeente is geen concern; het is een ecosysteem. Wie de stromen bundelt zonder de haarvaten te behouden, krijgt een trager, kouder systeem terug.
Wil je écht toekomstbestendig bestuur in Maas en Waal? Dan hoef je niet meteen te fuseren, maar kun je starten met functioneel samenwerken op de plekken waar schaal wél helpt: inkoop, ICT, personeelswerving, energie, ruimtelijke data.
En bouw dan vooral lokale tegenkrachten in dorpsbudgetten, wijkwethouders met beslisruimte, servicepunten met gezag. En ook betere dorpshuizen.
Fuseren kan altijd nog. Maar voorlopig is het slimmer om eerst te bewijzen dat we dichtbij beter kunnen besturen. Anders eindigt de fusie als de Werkorganisatie 2.0: groter, duurder en nog veel verder van huis.
Door: Peter Fontijn
