Keuie slachten
ColumnIn de jaren zestig had nog elk dorp een thuis slachter. Mensen hadden een hok met een varken. Een vèèrke of een keuie. Van zo'n beest konden de grote gezinnen weer maandenlang eten.
Bij ons thuis hadden we ook jaarlijks zo'n varken. Het uitmesten van het stinkende hok was verschrikkelijk. Maar ja, het moest. Het jezelf weer schoonwassen gebeurde nog in een wasteil in de achterkeuken. Later gelukkig een douche.
In november kwam de thuis slachter. In de schuur. Was er een keer bij dat zo'n beest een schot van het 'schietijzer' kreeg. Ik rende weg. Later zag ik dat het opengesneden keuie vast gebonden hing aan de ladder, de 'leer' naar de zolder van het schuurtje. De keurmeester in Druten was Huub Theunissen, die ook een 'keuieskraentje' begon.
Niemand had een vrieskist. Er waren bedrijfjes met vriescellen. Daar kon je dan een lade huren voor het vlees van je varken. Ben met mijn vader weleens in zo'n steenkoude vriescel geweest. Kattenburg Druten. Was bij Ben van Kouwen. Herman Driessen had zo'n cel in Deest, je had de Werdt in Lauwe en Wim Donkers in Puiflijk.
De thuis slachters waren bijvoorbeeld Wim Dekkers in Afferden, Hent Dekkers in Deest, Lemmers, van Heertum en van Gelder in Benedeneind en Tôntje Schiks in Puiflijk. Druten had als thuis slachters de oude Jan van Kraaij, Rinus de Haas en bij ons kwam Thé Linders. Man met een stoere kop die elke dag in het zout leek te liggen. Borreltjes waren ook populair bij hen.
Karbonades gingen vaak naar de pastorie. Van de blaas van het keuie werd soms een foekepot gemaakt, een muziekinstrument. De deuren langs. 'Foekepotterij, foekepotterij, geef mij een cent, dan ga ik weer voorbij.' Die slachters aan huis zijn ongelooflijk belangrijk geweest voor de opbouw van onze streek. Bijna vergeten mannen.
Nu weer even terug.

