Sjors Vos.
Sjors Vos. Eigen foto

Een kijkje in de platenkast van Sjors Vos

Serie Platenkast

Hij woont sinds zijn geboorte, 66 jaar geleden, in Druten. Zijn woonruimte ademt in alle poriën muziek. Sjors noemt zichzelf een laatbloeier. Zijn oudere broers Henk en Jack, die al uit gingen, lieten hem kennismaken met hun favoriete muziek. Sjors was ‘al 21’ toen hij zijn eerste mono pick-up kocht, die gekoppeld werd aan een oude radio. Zijn eerste platen waren van hardrockgroepen als Led Zeppelin, Nazareth en Uriah Heep.

In de loop der jaren is zijn smaak steeds breder geworden. We lopen samen langs de talloze rekken gevuld met cd’s. Voor een fijnproever is hier allerlei moois te vinden. Enige muziek die niet te vinden is zijn de Hollandse schlagers. ‘Smaken verschillen, maar daar maak je mij niet blij mee.’

Concerten

Als er iets in de regio te doen is dan is hij van de partij; Dijkrock, Festival Zeeltje, Polderpop in Leuth of De Kaaij in Nijmegen. Daarnaast is hij ook al jaren te vinden op festivals als Bospop en Blommenkinderen. Zijn eerste concert was ooit Rod Stewart in ’83 in de Kuip. 

Zijn mooiste concerten waren Pink Floyd in Dortmund, waarvoor hij samen met Jos van Gelder ‘even op en neer’ ging, en 16 Horsepower in Doornroosje in Nijmegen. 

Verzamelaar

Het verzamelen van muziek is voor hem begonnen in de tijd dat hij in de Koperen Droes meehielp. Van het een kwam het ander en kwam hij in een groepje van een man of vijf terecht die op de vrijdagavonden muziek mocht draaien. Circa 8 jaar mocht dit duren. ‘Prachtige tijden’. Zijn vaste nummer waar hij de avond mee afsloot? ‘Always look on the bridge side of life van Monty Python.’

Stilte

Hij vertelt honderduit over zijn collectie. Door te luisteren, ervaren en zoeken is zijn kennis van muziek gegroeid. Sjors was jaren geleden met zijn teamgenoten elk jaar van de partij tijdens de Maas en Waalse Popquiz. Een uurtje of twee besteedt hij per dag aan deze hobby. ‘Je zult het niet geloven als je hier om je heen kijkt, maar soms kan ik ook genieten van de stilte om me heen.’ 

Door René den Biesen