
Rots in de branding
Serie De voetbaltoppers van toenWe schrijven midden jaren zeventig als er bij sv DSZ in Boven-Leeuwen een talentvolle lichting jeugdspelers aan de deur van het 1e elftal begint te kloppen. Een van de spelers, die in de volgende jaren de grote successen van de club meemaakt, is laatste man én aanvoerder Hans van Oijen.
Hans herinnert zich nog dat hij als zeventienjarige zijn debuut mocht maken. Hij dacht in te vallen als linksback, maar werd gepositioneerd als laatste man. Jan van Dreumel al jarenlang op die positie zei nog ‘gij stuurt mij wel wa’ en speelde deze wedstrijd als voorstopper. De overstap naar een nieuwe generatie was hiermee in feite in gang gezet.
De successen werden in de volgende jaren aaneengeregen. Het elftal werd vier keer kampioen in een periode van zeven jaar. Nijmegenaar Tonnie Terburg was de juiste trainer voor de hongerige jongelingen. De boomlange Hans was de rots in de verdediging. Al koppend kwam hij soms hoger dan keeper Frans van der Donk.
Hans heeft een stapel plakboeken van zolder gehaald en deze de laatste dagen doorgelezen. Vader Jan zat in die jaren in het bestuur en moeder Jo waste én streek alle shirts en broeken. Bij het doorbladeren valt op hoe succesvol deze lichting was. Het kleine clubje uit Boven-Leeuwen steeg in deze jaren boven zichzelf uit. Hans herinnert zich nog dat er vaak vele honderden mensen het veld omzoomden. De kantine puilde uit en wekelijkse schalde het ‘Oranje zal bloeien en nooit vergaan’ door de boxen.
‘Wat ons zo succesvol maakte? De groep dat was ons geheim. Niemand verzaakte, iedereen was er iedere week. Op zaterdagavond bleven we thuis en op zondag met z’n allen met de vrouwen naar de kantine en ’s avonds naar de Blauwe Sluis. Niemand uitgezonderd.’
Legendarische wedstrijden werden er gespeeld. Ze wonnen thuis in de beker van Achilles, dat op het hoogste amateurniveau speelde. ‘Een berg volk langs de kant, ze hebben ons drie dorpen verderop horen juichen.’
Een zware knieblessure dwong Hans tot stoppen op zijn zesentwintigste. Hij probeerde het nog als keeperstrainer en leider, maar miste het groepsgevoel met zijn oude voetbalmaten. ‘Samen waren we sterk, het waren mooie tijden, het was schitterend’, besluit hij.
Door René den Biesen



