
Een voetballeven lang bij AAC
Serie De voetbaltoppers van toenOp zijn achtste mocht Wim van Leeuwen gaan voetballen bij de plaatselijke voetbalclub St. Donatus, die enkele jaren eerder was opgericht. De Appelternse jongens waren gekleed in witte broek en witte blouse. ‘In die jaren gingen we nog op de fiets naar alle wedstrijden, van Dreumel tot Ewijk. Zelfs in de begintijd bij de senioren, toen inmiddels AAC, werd dit nog gedaan. Een warming up was toen niet meer nodig’, vertelt Wim.
Wim was zeventien jaar toen hij in 1971 debuteerde in het eerste elftal. Maar liefst zeventien jaar lang speelde hij in het elftal. Wim geeft aan dat hij een degelijke rechtsback was en meer niet. ‘Als ik over de middellijn kwam, riepen ze meteen: ga eens terug.’ Hij voetbalde in die jaren onder andere met bekende spelers als Gerrit van Hasse (van Ooijen), Albertino Kuipers en Frans ‘Bumper’ van Gelder. ‘Waarom hij bumper werd genoemd? Omdat hij onverzettelijk was, daar wilde je niet tegen aanlopen.’
Na zijn vierendertigste voetbalde Wim nog een paar jaren in de lagere elftallen. Een knieblessure zorgde voor het einde van zijn voetbalactiviteiten. Vanaf zijn vierentwintigste was hij inmiddels al bestuurlijk actief. In 2013 ontving hij wegens zijn verdiensten een KNVB-onderscheiding. In de volgende zeven à acht jaar was Wim nog actief als lid van de TC van BOA-jc. Dat laatste was een flinke opgave toen er spelers uit meerdere dorpen samen ingedeeld moesten worden.
Stapels plakboeken, jaarboekjes en mappen met gegevens uit zijn voetbaljaren leiden ons naar één van de vele hoogtepunten. AAC speelde in de finale van de Maas en Waal-cup uit tegen DBV. De ploeg uit Maasbommel scoorde, maar de scheidsrechter zag als enige de bal niet over de lijn. In de tegenaanval scoorde AAC. In de volgende minuten stonden er meer mensen op het veld dan langs de kant. De stand bleef echter 0-1. AAC vertrok naar de kantine van Jos van Gruijthuijsen om de overwinning te gaan vieren. Groot was hun verbazing toen daar de scheidsrechter en vlaggenist aan de bar zaten. ‘Deze verbazing was de volgende dag in Maasbommel nog vele malen groter, dat kun je je wel voorstellen.’
Door René den Biesen



