
‘Geen nationale ramp’
Historie Watersnood '26Koningin Wilhelmina maakte zich in januari 1926 in het overstroomde Land van Maas en Waal geliefd met haar bezoeken en medeleven met de bevolking. Voor toenmalig minister-president Hendrik Colijn gold het tegendeel. Ook hij bezocht het rampgebied, maar concludeerde dat er geen sprake was van een ‘nationale ramp’.
Een jaar eerder richtte een tornado grote schade aan in Borculo, wat wel door de overheid gezien werd als een nationale ramp. De verschillen, volgens Colijn: bij de tornado in de Achterhoek vielen vier doden en tachtig gewonden, in Maas en Waal waren geen doden te betreuren. Bovendien, een cycloon zoals in Borculo was niet door mensenhanden te voorkomen, een doorbraak van de dijken wel. Wie in een laaggelegen gebied tussen de rivieren wil wonen, dient zélf de dijken op peil te houden die zijn erf beschermen, aldus zijn redenatie. De gedupeerde Maas en Walers konden door deze opstelling niet of nauwelijks rekenen op schadevergoeding door het Rijk. Door de media kwam niettemin, mede door de bezoeken van koningin Wilhelmina, een landelijke hulpactie op gang, die 4,75 miljoen gulden opbracht. Voldoende om een deel van de schade te vergoeden, maar niet alles.
Na de watersnood wachtte de Maas en Walers een grote schoonmaak van hun huizen. Ze spraken spottend over het wegwerken van het ‘Colijnse slib’.
Zie ook: www.watersnood26.nl.


