Afbeelding
Foto: Archief Peter Fontijn.

Als het weer 1926 zou zijn

Column Veelstromenland

Het Land van Maas en Waal herdenkt binnenkort de grote overstroming van 1926. Toen brak bij Overasselt de Maasdijk en stroomde het water het land in. Een ramp die wekenlang duurde en duizenden mensen uit hun huizen joeg. De koningin kwam zelfs naar het rampgebied.
Soms vraag je je af: zou zoiets vandaag weer kunnen gebeuren? Wie het recente rapport van Deltares ‘Landelijk waterbeeld grootschalige extreme regen’ uit oktober 2025 bekijkt, schrikt misschien even; of juist niet. Ons gebied kleurt nauwelijks rood. Geen diep water, geen noodscenario’s. Maar schijn bedriegt. De onderzoekers hebben gekeken naar een ander soort gevaar: geen dijkdoorbraak, maar 200 millimeter regen in twee dagen tijd. Dat is alsof er twee maanden neerslag in één weekend valt. De dijken blijven in dit model overeind. De vraag is dan uiteraard; waar blijft al dat regenwater?

Volgens Deltares schuilt het gevaar vooral in de steden, op de hoge zandgronden en in de boezemgebieden van Noord- en Zuid-Holland. Het Land van Maas en Waal komt er ‘milder’ vanaf, omdat onze polders rechtstreeks op de Maas lozen. Maar zodra die rivier hoog staat, keert het voordeel zich tegen ons. Dan moeten de gemalen dicht en houdt onze regio zijn eigen broek op. Het water zakt niet weg, het blijft staan, tussen de dijken. Langzaam, kleverig, vermoeiend water.

Minister Robert Tieman kondigde deze maand een Nationale Aanpak Wateroverlast aan. Hij wil eind 2026 klaar zijn. Terecht, want het gevaar is verschoven: van overstroming naar ontwrichting. We worden niet meer verrast door dijkbreuken, maar door systemen die het niet bijbenen: door stroomuitval bij gemalen, overstroomde dorpskommen, landbouw die weken stilstaat.

De kaart van Deltares is dus geen geruststelling voor ons, maar een uitnodiging. We leven in een gebied dat droog blijft bij de gratie van pompen, stroom en planning. In 1926 kwam het water door de dijk. De volgende keer komt het gevaar van boven. Maar bij ons lijkt het dan mee te vallen.

Door: Peter Fontijn