
Fatsoen in het Ik-tijdperk
Column VeelstromenlandHoewel ik uit een katholieke familie kom, heb ik bewust afstand genomen van mijn religieuze opvoeding. Het strikte moeten van de kerk voelde benauwend en toen de mis eenmaal in het Nederlands werd gehouden, besefte ik pas hoe weinig ik ervan begreep. Mijn ouders, anders dan mijn dwingende grootouders, lieten de kinderen vrij in hun keuzes. Hierdoor raakten we los van God en soms ook van elkaar.
In die tijd veranderde Nederland ingrijpend. Vrouwen werden ‘Baas in eigen buik’ en kregen zeggenschap over hun eigen lichaam, de kroning van Beatrix ging gepaard met rookbommen en oproepen tot woningbouw, en de Dam werd het toneel van hevige rellen. De afnemende invloed van de kerk had verstrekkende gevolgen. Waar het geloof ooit leidend was in ons gedrag en stemgedrag, verdween de sociale controle en maakten we plaats voor individuele vrijheid. We gingen van een collectieve wij-mentaliteit naar een tijdperk waarin het individu centraal staat.
In dit Ik-tijdperk lijkt iedereen zichzelf enorm belangrijk te vinden. We verliezen vaak de collectieve belangen uit het oog en raken verstrikt in persoonlijke doelen. Een prille minister die via X haar mening over hoofddoekjes deelt, terwijl dit haar zorg niet zou moeten zijn, is hier een voorbeeld van. De samenleving dreigt in chaos te vervallen.
Fatsoen, afgeleid van het Franse façon en het Latijnse factio (handelen), betekent oorspronkelijk model, vorm, gedaante. Hoewel ik erg van vrijheid houd, zie ik de noodzaak van fatsoen en structuur. Zonder deze vormen we een ongeorganiseerde massa.
Daarom ben ik blij met politici zoals Mirjam Bikker van de ChristenUnie. Haar scherpe betoog tijdens het recente debat over de Regeringsverklaring was een verademing. Ze riep op tot een einde aan de politieke pubertijd van vele ‘ikjes’. Het is soms eenzaam in dit Ik-tijdperk, maar dankzij mensen als Bikker voel ik me minder alleen.
Neem een moment om haar pleidooi te bekijken en misschien herkent u, net als ik, de waarde van fatsoen en samenhang in een tijdperk van individualisme.
Door Peter Fontijn



