
Kruiend ijs
Column Veelstromenland‘Als met Sint Juttemis de kalveren op het ijs dansen, jongen’, antwoordde mijn Grootmoeder glimlachend, wanneer ik haar vroeg wanneer zij eens mee ging schaatsen. Dat beeld van Oma danst mij altijd nog voor ogen als ik mensen zwierend zie schaatsen. En ook wanneer ik oude foto’s zie, van groepen mensen die bovenop het kruiende ijs van de Waal - dichtgevroren tot aan de horizon - poseren.
Op een van die oude prenten is het jaartal 1929 te zien. Een markering, waarmee men duidelijk maakte wanneer de Waal precies dicht zat en het kruiende ijs zich huizenhoog opstapelde tegen de Waalbandijk. Zo’n ijsdam ontstond bij het invallen van de dooi door een opeenstapeling van ijsschotsen.
Dat kruiende ijs en ijsdammen in de rivier zien we al heel lang niet meer. Volgens het rapport over de rivierdijkversterking van de Commissie Boertien (1993) komen ijsdammen nog maar laagfrequent voor, vooral omdat de afvoer van de rivieren sterk is verbeterd. De kans op een vast ijsdek op de rivieren is uiterst klein.
Winters als in 1929, 1940 en 1963, toen Reinier Paping de meest barre Elfstedentocht ooit won, liggen ver achter ons. Sinds 1960 is het aantal koude dagen sterk afgenomen en door de lozing van koelwater is de watertemperatuur in de rivieren verhoogd. De kans op ijsdammen in de warmere rivieren Maas en Waal is daardoor aanzienlijk verkleind. In de periode 2015-2019 kwam de watertemperatuur nog maar zelden onder de 5°C.
Kortom, het zal wel loslopen. Maar zeg nooit ‘nooit’, want Sint Juttemis was tenslotte ook maar een fictieve heilige. Er blijft dus toch een kleine kans dat ‘t weer wél eens gebeurt. Misschien wanneer de koeien vliegen en de paashaas kerstbomen versiert. Of als Pasen en Pinksteren op één dag vallen? In deze gekke wereld weet je ‘t maar nooit!
Door Peter Fontijn