
De Maas&Waler dat ben ik: Gerda de Leeuw
Mens De Maas&Waler dat ben ikIn deze rubriek maken we kennis met inwoners van deze regio. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom wonen ze hier? Het resultaat, een inkijkje in het leven van, al dan niet geboren en getogen, Maas en Walers, geïllustreerd met een karakteristiek portret.
Naam: Gerda de Leeuw
Leeftijd: 70 jaar
Woonplaats: Maasbommel
Ze komt van oorsprong uit Batenburg, en ontmoette haar man Jo op de kermis. Het was gelijk raak. ‘We mochten vroeger nergens naartoe,’ vertelt ze, ‘alleen naar de kermis, dat wel. Jo’s vader zei tegen zijn zoon: ‘Is het zó erg, dat je nou drie dagen achter elkaar naar de kermis moet?’ Uiteindelijk kwam ’ie twee jaar lang op zijn fiets naar mij, vanuit Maasbommel. We hebben eerst twee jaar in Druten gewoond, maar nu genieten we van onze mooie stek in Maasbommel.’
Gouden huwelijk
Volgend jaar zijn ze 50 jaar getrouwd, Gerda en Jo. ‘We geven geen feest, maar we nodigen de hele bups uit voor een week in Oostenrijk. We houden van dat land en van Tirolermuziek.’
Gerda werkte na haar schooltijd zes jaar als vakantiekracht bij Cafetaria Coppes in Horssen. ‘Van alles deed ik daar, van bediening tot de huishouding, zes of zeven dagen per week. Na ons huwelijk heb ik ook in Winssen gewerkt, in het bejaardenhuis. We kregen vijf kinderen, en inmiddels zijn we ook opa en oma van tien kleinkinderen en is de elfde op komst.’
Dorpshuis Maasbommel
Gerda en Jo zijn ruim dertig jaar beheerder van het dorpshuis in Maasbommel geweest. Gerda organiseerde gedurende twintig jaar voor het dorp een open eettafel. ‘Een keer per maand regelde ik de menu’s, deed ik de inkopen en wat nog meer. Ik had alleen een afwashulp, maar ik hielp wel mee. In de beginjaren mocht ik ’s avonds komen opdraven om te helpen opruimen, als de kinderen sliepen.’
De Vrolijke Noot
Vanuit de woonkamer kijk je op de fraaie toren van de kerk, die je in één blik ziet met een imposant elektronisch orgel. Een passie van Gerda, orgelspelen. Ze vertelt er enthousiast over: als kind al speelde ze op een harmonium dat haar vader ooit gekocht had. Daarna plakte ze muzieknoten op het instrument en leerde zichzelf op die manier orgelspelen.
‘Een jaar lang heb ik les gehad van de protestantse koster in Batenburg. Tenslotte speelde ik bij het kinderkoor, dat ik mede heb opgericht. Nu ben ik al ongeveer dertig jaar organist bij het gelegenheidskoor De Vrolijke Noot. In de wijde omgeving heb ik inmiddels veel optredens verzorgd, tot in Oss en Groesbeek toe, meestal in bejaardenhuizen. Het was er altijd wel een gezellige boel, ik heb er echt van genoten. Een koorlid vroeg mij eens of ik niet bij uitvaarten wilde spelen, maar dat durfde ik niet hoor. Uiteindelijk heb ik het dan toch gewaagd. Later heb ik voornamelijk in de kerk en daarbuiten opgetreden.’
Afgelopen 30 december hield het helaas op, in verband met de kerksluiting, maar haar uitgebreide orgel met ontelbare registers staat er gewoonlijk niet werkloos bij. Gerda speelt nog regelmatig, maar alleen voor zichzelf, voor de hobby. ‘Alles uit het hoofd, van die leuke liedjes: Bloody Mary, en Twee Motte. Diejen deun, witte nie? Vroeger, als er een verjaardag was, zei ons pap: Kom, speule. Dan greep mijn broer zijn accordeon en kroop ik achter mijn orgel.’
Vrolijke hondjes
In de tuin spelen twee vrolijke hondjes: een boomertje en een Norwich Terriër. Met die twee gaat Gerda graag een stukje wandelen, over de dijk of in het dorp. Als ze dan weer thuiskomt pakt ze nog weleens een boek. ‘Het verhaal moet wel een beetje spannend zijn hoor, niet zo zoetsappig. En films kijken; heerlijk! Voornamelijk actiefilms en thrillers, want ik moet er niet bij in slaap vallen.’
Krant bezorgen
Iedere dag doorkruist ze samen met Jo het dorp om de krant te bezorgen. ‘Eigenlijk was dat een baantje van onze jongste zoon, maar ik moest hem steeds wakker maken. Toen hebben wij het maar overgenomen, nu al weer 23 jaar. We beschouwen het gewoon als een soort ochtendgymnastiek.’
Ze is op een tevreden manier gelukkig met haar huis in een rustig straatje. ‘Het is weliswaar een huurhuis, maar we hebben in de loop van de tijd erg veel verbeterd en aangepast. Als we daar de centen van hadden opgespaard... Nou, dan zouden we de hut wel hebben kunnen kopen’, lacht ze.
‘Het orgelspelen bij het koor, ik mis het nu al… Maar met onze muzikale kinderen én kleinkinderen hoef ik me niet te vervelen en kunnen we samen gezellig muziek blijven maken’, besluit Gerda.
Door Ton van Hulst



