Afbeelding
Foto: Archief Peter Fontijn

Over de hobbelde bobbelde dyk (2)

Wie goed kijkt naar oude tekeningen, ziet soms meer dan de tekenaar bedoelde. Neem het verdwenen Huis te Druten. Van dat adellijke huis bestaan verschillende versies: de bekende gravure van Hendrik Spilman, gebaseerd op werk van Cornelis Pronk uit 1732, maar ook latere kopieën van onder anderen Abraham de Haen, Aert Schouman en Hendrik Tavenier. Zij namen niet alleen Pronks compositie over, maar ongemerkt ook diens artistieke vrijheden. Want er klopt iets niet: op de oorspronkelijke tekening van Pronk lijkt de zon namelijk vanuit het noorden te schijnen!
Eeuwenlang viel dat nauwelijks op, tot beeldend kunstenaar en topografisch tekenaar Peter Paul Hattinga Verschure zich opnieuw over de reis van 1732 boog. In 2008 reconstrueerde hij een deel van de tocht die Pronk, De Haen en kroniekschrijver Andries Schoemaker destijds per karos maakten. Een hobbelige onderneming van honderden kilometers over zandwegen, heidevelden en dijken.

Het leverde een tentoonstelling op in het Stedelijk Museum Zwolle en het boek Een wereld van verschil, waarin Hattinga Verschure verleden en heden naast elkaar zette. Daarbij keek hij niet alleen naar verdwenen gebouwen en veranderde landschappen, maar ook naar iets anders: het licht.

De achttiende-eeuwse tekenaars waren uiterst nauwkeurig in hun gebouwen, maar opvallend vrij in hun schaduwen. Dat had waarschijnlijk alles te maken met de nieuwe inzichten van de Engelse natuurkundige Isaac Newton, die kort daarvoor had aangetoond dat wit licht uit kleuren bestaat. Binnen de doopsgezinde kring waarin Pronk en De Haen verkeerden, waren die ideeën bekend. Licht werd niet langer alleen natuurverschijnsel, maar ook artistiek gereedschap. Hattinga Verschure ontdekte dat op meerdere tekeningen het licht uit onmogelijke richtingen valt. Schaduwen lopen kriskras door elkaar, alsof compositie belangrijker was dan werkelijkheid. Ook in Druten dus.

Alleen Hendrik Tavenier lijkt het vijftig jaar later te hebben gecorrigeerd. Wellicht kende hij de plek. Misschien ging hij in 1782 gewoon zelf nog even kijken, daar onder aan de dijk in Druten.