Gemeenschap
Toen ik rond mijn zeventiende de roze wereld begon te ontdekken, wist ik één ding zeker: het COC, daar had ik niks mee. Ik zocht het allemaal zelf wel uit! Daar was de tijd ook naar: vanaf het moment dat ik uit de kast kwam, werd het in Nederland lange tijd alleen maar beter.
Twee mannen of twee vrouwen samen was allang gewoon en daar kwam zelfs de openstelling van het huwelijk bij voor paren van gelijk geslacht.
Inmiddels hoef ik allang niet meer uit te leggen of te verantwoorden wie ik ben of naast wie ik wakker word. Volgens mij meent amper nog iemand in mijn omgeving dat er thuis een mevrouw Huisman met het avondeten zit. Ik ben redelijk pijnvrij mezelf geworden.
Maar dat ik nooit echt fysiek ben lastiggevallen, zelden te maken krijg met scheldpartijen en er zelfs op social media zonder veel kleerscheuren vanaf kom, betekent helaas niks anno 2026. Ergens zijn we als land onze voortrekkersrol kwijtgeraakt.
Wie dat niet gelooft, moet eens gaan praten met Eric en Niels uit Afferden. Afgelopen week haalden ze het nieuws omdat ze een regenboogvlag aan hun eigen voorgevel hebben hangen. Zoiets simpels riep reacties op waar je niet trots op kan zijn. Helaas is ook dat geen incident meer.
Tijden veranderen en wij met hen. Op mijn zeventiende wilde ik niks weten van ‘die COC-types’, inmiddels ben ik alweer vier jaar met veel plezier actief bij het landelijk team van het COC Songfestival. De dertigste editie van deze serieuze roze liedjeswedstrijd staat in oktober op stapel en tijdens de voorbereidingen hoorde ik dat het COC Regio Nijmegen een nieuwe voorzitter zocht.
Ruim drie keer zo oud als tijdens mijn coming-out kom ik bij dezen opnieuw uit de kast: ik mag me sinds kort ‘aspirant-voorzitter’ noemen van het COC. Dat doe ik omdat wij als queergemeenschap zeker in deze tijd zichtbaar, scherp en standvastig moeten blijven. Voor onszelf en al die huidige zeventienjarigen die zichzelf willen zijn.