
Voetbaltoppers van toen: André Janssen
Een kopbal om nooit te vergeten
Door René den Biesen
In deze serie verhalen valt op dat veel spelers die in de jaren vijftig tot en met zeventig actief waren, in later jaren ook vele uren als vrijwilliger bij hun club gemaakt hebben. Aan de andere kant van de tafel in de gezellige Winssense woonkamer zit er ook weer een.
Hij wordt geboren in 1964 en mag, in die tijd was dat nog zo, rond zijn elfde gaan voetballen. Na zijn jeugdjaren komt hij terecht in het eerste elftal, waar hij zeventien jaar in zal blijven spelen. Opvallend is dat hij, voornamelijk tijdens zijn voetballeven, twee bijnamen heeft. Knudje is de eerste; een naam die vanaf zijn jeugd al gebruikt wordt, waarvan echter niemand weet waarom. De tweede, het Winssens pastoorke, komt voort uit het feit dat hij vaak als woordvoerder van het elftal optrad. Of richting trainer of bestuur, maar ook gevraagd en ongevraagd tegen de scheidsrechters.
André maakt tijdens zijn actieve voetballeven vier kampioenschappen mee. De mooiste was in 1988, toen men, in het hol van de leeuw, won tegen de buren in Ewijk. Meer dan tweeduizend bezoekers omzoomden het veld en zagen hem in de laatste minuut het winnende doelpunt scoren. De kleinste van het veld sprong het hoogst. Zijn kopbal was onhoudbaar en zorgde voor een uitzinnige feestvreugde bij de Roda supporters. De naam van de club staat voor Recht Op Doel Af en deze kopbal was dat zonder meer.
Van zijn lengte (1,65 meter) moest André het niet hebben, maar wel van zijn snelheid en twee-benigheid. Jarenlang speelde hij als aanvaller en als mid-mid. Wie uit het huidige tijdperk kent deze laatste positie nog?
Na zijn actieve carrière stroomde hij automatisch door naar vrijwilligerswerk. 'Dat was toen normaal.' Hij was vijfentwintig jaar jeugdtrainer, twee jaar trainer van het eerste, lid van onder andere de sponsorcommissie en de TC, en als man uit de bouw natuurlijk actief in het gebouwenbeheer.
Een echte aanvaller, met een enorme drive, André wilde er altijd voor gaan. Het enige waarvoor hij niet in de weg was gelegd, gezien zijn lengte, was verdedigen. Hij was de man van de aanval. Snel, behendig en, je zou het niet verwachten, met sprongkracht en kopvermogen.