
Uit de moestuin: peulvruchten
In de maand april deelt de redactie van de Maas&Waler wekelijkse tips over moestuinieren. Het kweken van gewassen is namelijk niet alleen leuk, maar in veel gevallen ook verrassend eenvoudig. Een moestuin is niet altijd nodig: ook met een balkon, vensterbank of een paar potten kan er dit voorjaar al volop geoogst worden. Iedere keer wordt er gefocust op een ander soort gewas, compleet met een doe-het-zelf stappenplan.
Peulvruchten klinken misschien wat ouderwets - erwten en bonen, 'dat deed opa vroeger' - maar juist daarom zijn ze zo leuk. Het zijn namelijk planten met een duidelijk groeiverhaal: ze klimmen omhoog, bloeien, vormen peulen en als je vaak plukt, blijven ze doorgaan. En ook belangrijk: ze kunnen prima in een bak, zolang je ze steun geeft.
Begin bijvoorbeeld met sugarsnaps of doperwten. Zet meteen bij het zaaien een simpel rekje neer: denk bijvoorbeeld aan een paar bamboestokken in een tipi-vorm. Veel mensen plaatsen steun pas later, maar dan zijn de ranken al gaan zoeken en groeien ze alle kanten op. Geef ze dus vanaf dag één een route.
Ook stambonen zijn fijn voor kleinere plekken, omdat ze compacter blijven. Klimbonen leveren vaak meer, maar vragen wel om een steviger constructie. Zet de pot op een zonnige plek en geef regelmatig water, zeker in warme periodes. Potgrond droogt sneller uit en bonen houden niet van extreme droogte.
Het mooie is: bij peulvruchten is oogsten echt een vorm van 'aanmoedigen'. Hoe vaker je plukt, hoe meer nieuwe bloemen en peulen de plant wil maken. Laat je alles hangen, dan denkt de plant dat de missie voltooid is en wordt deze rustiger.
Vitamines
Peulvruchten zijn heel gezond, omdat ze boordevol voedingsstoffen zitten. Peultjes leveren onder andere vitamine A, B1, B5 en B6, en zijn bovendien een goede bron van vitamine C. Ook bevatten ze belangrijke mineralen zoals kalium en fosfor, en de antioxidant bètacaroteen.
Daarnaast zijn peultjes caloriearm, maar juist rijk aan voedingsvezels. Deze vezels ondersteunen een gezonde spijsvertering en geven een verzadigd gevoel. Het is beter om peultjes niet rauw te eten. Net als andere peulvruchten bevatten ze lectinen, stoffen die in grote hoeveelheden klachten zoals buikpijn kunnen veroorzaken. Door peultjes te verhitten worden deze stoffen afgebroken en zijn ze veilig om te eten.
Sugarsnaps kweken
Sugarsnaps (ook wel suikererwt) kweken kan al met een simpel klimrek. Zaaien kan zowel in de volle grond (vanaf half maart tot eind april) of in een pot.
1. Pot kiezen: neem een diepe pot/bak van minimaal 25-30 centimeter met gaten onderin.
2. Rek: plaats meteen een klimrek in de pot of bak: drie stokken in de vorm van een tipi met eventueel touwtjes ertussen.
3. Vullen: potgrond erin en licht aandrukken.
4. Zaaien: zaai rond de stokken, 2 à 3 centimeter diep, met een paar centimeter tussenruimte.
5. Water: geef water na het zaaien en houd de aarde daarna gelijkmatig vochtig.
6. Richten: zodra de plantjes ranken krijgen. Help ze eventueel voorzichtig naar het rek.
7. Oogsten: pluk regelmatig. Hoe vaker je oogst, hoe langer de plant nieuwe peulen maakt.