Jeroen Tissen
Jeroen Tissen Foto: John van Gelder

Door Ton van Hulst

In deze rubriek maken we kennis met inwoners van deze regio. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom wonen ze hier? Het resultaat, een inkijkje in het leven van,
al dan niet geboren en getogen, Maas en Walers, geïllustreerd met een
karakteristiek portret.

Naam: Jeroen Tissen
Leeftijd: 49 jaar
Plaats: Deest

Aan de rand van Deest, dicht bij de Van Heemstraweg, woont Jeroen met zijn gezin. Hij is afkomstig uit Ooij en woonde enige tijd in Cuijk en Kekerdom, maar zijn sociale leven speelde zich gewoonlijk grotendeels af in het Land van Maas en Waal. “Al mijn vrienden woonden hier, en vanuit Kekerdom kwam je niet zo heel gemakkelijk in de ‘bewoonde’ wereld. Daarom zochten en vonden we een huis hier tussen de rivieren.”

Leger

Direct na zijn schooltijd nam Jeroen dienst in het leger, al op zijn zeventiende. “Eigenlijk wilde ik voor vijf jaar, maar mij werd gevraagd of ik langer wilde blijven - ik kreeg zelfs een vast contract. Uiteindelijk werden het tot nu toe 33 jaar, en de volgende 12 jaar tot aan mijn pensioen hou ik met gemak vol!” Hij zorgde tot twee jaar terug voor het onderhoud van voertuigen, aggregaten en andersoortig materieel. Maar tegenwoordig zit hij op kantoor, als stafmedewerker. Dat betekent onder andere het organiseren van oefeningen, waarbij hij overlegt met de eenheden, budgetten bespreekt en munitie beheert. ”Het is weliswaar niet heel spannend werk, maar wel belangrijk, je kunt nou eenmaal niet zonder een goede voorbereiding. Wel jammer is dat ik niet meer de vrijheid en de afwisseling heb van vroeger, in de werkplaats, nu ik een echte kantoortijger ben geworden. Maar ik wen er wel aan, mede dankzij mijn fijne collega’s.”

Uitzending

Jeroen is zes keer op uitzending geweest, waaronder vier keer naar Bosnië. Hij vond het mooi werk: materieel veilig stellen en allerlei voorkomende klussen uitvoeren. “Ik heb inmiddels heel Bosnië gezien. Wat een mooi land is dat, qua natuur, zeker in de winter. Helaas was alles in puin geschoten, hoewel ik nog wel enkele mooie oude burchten en de kenmerkende sovjet-architectuur heb gezien, van die grote, grauwe doosvormige woonblokken.”

Datsun uit 1976

“Hobby’s? O, ik heb er veel hoor. Ik verzamel oude landbouwtractoren die ik probeer op te knappen. Tijdens oldtimerdagen van mijn vereniging toon ik ze graag. De kinderen rijden dan rondjes op oude brommertjes of quads, ook leuk! Mijn auto van vroeger, toen ik twintig was, heb ik nog steeds: een Datsun uit 1976. Bij twee schietverenigingen ben ik bestuurslid en af en toe ga ik met mijn metaaldetector de velden in. Nee, ik heb eigenlijk nooit iets bijzonders gevonden, ja, een paar verroeste spijkers of een kroonkurk. Maar dan ben je wel lekker buiten… Ik ben ook actief voor het koningsdagcomité. Ik regel springkussens en zet ze op, of ik onderhoud het contact met de gemeente. En dan ben ik daarnaast vaak bezig met het onderhoud aan mijn huis. Dat kost veel tijd. Omdat ik regelmatig thuis werk ben ik blij nu een kantoortje te hebben. Inmiddels heb ik al vijfentwintig keer de Vierdaagse gelopen; ik ben ook betrokken bij kamp Heumensoord. Als dat allemaal achter de rug is en helemaal opgeruimd heb ik vakantie.”

Veteranenvereniging

De veteranenvereniging zorgt voor de oorlogsgraven in de gemeente, Jeroen beschouwt dat als een eretaak. Hij is sinds begin 2024 voorzitter van de veteranenvereniging gemeente Druten. Tevens is hij veteranenondersteuner. Hij legt uit wat dat inhoudt: “Veteranen onderling praten meestal gemakkelijk met elkaar. Dan is het ook gemakkelijker opvang te bieden, en dat doe ik graag, tijdens informele bijeenkomsten (op de laatste vrijdagavond van oneven maanden) in het Bondsgebouw in Druten en in het Veteranenhuis in Ede en elders. Gelukkig zijn het eigenlijk altijd erg gezellige dagen.” 

Camper

Jeroen viert vakanties vaak in zijn camper, in Nederland, of in Frankrijk of Denemarken bijvoorbeeld. “Gewoonlijk gaan we zonder planning op pad, om de omgeving te bekijken. Maar de kinderen willen uiteraard naar een plek met veel jeugd, dus daar moeten we ook rekening mee houden”. 

Prins carnaval

“Deest stond vroeger wel bekend als een echt arbeidersdorp”, vertelt Jeroen. “Maar och, ik merk er eigenlijk helemaal niets van, ik vind het een sociaal dorp en ik raakte er snel ingeburgerd. Uiteraard heb ik daar zelf wel mijn best voor gedaan, want je moet natuurlijk niet gaan zitten afwachten. Ik woonde hier pas een jaar of 7 en toen werd ik al Prins Carnaval! Ik vind het wel jammer dat de Grotestraat zo’n beetje als racebaan wordt gebruikt. Je mag hier maar 30, maar vaak komen ze met 70, 80 voorbijgescheurd…”