
De oorsprong van de oliebollen
Kunst en cultuurSchat, zet jij de oliekoeken klaar?
Wie deze vraag stelt voorafgaand aan de jaarlijkse oudejaarsconference of een avond met vrienden en champagne, kan ongetwijfeld rekenen op verbaasde blikken. Toch was deze benaming voor het deeggerecht dat we nu kennen als oliebol tot in de negentiende eeuw heel gewoon. Wij nemen u mee in de geschiedenis van misschien wel ‘s lands meest bekende zoete lekkernij.
De oliekoek, in feite dus de voorloper van de oliebol, is naar alle waarschijnlijkheid in de middeleeuwen vanuit Spanje en Portugal naar onze regio gekomen. Over de precieze oorsprong zijn historici het echter niet eens. Wat wel vaststaat is dat de gefrituurde traktatie in de afgelopen eeuwen is uitgegroeid tot een typisch Nederlands gerecht. Zodanig zelfs dat oliebollen in Amerika ‘Dutch donuts’ worden genoemd.
Flinke pan olie
Waar de oliebol - zoals de naam doet vermoeden - bolvormig is, was de oorspronkelijke oliekoek plat. De reden daarvoor is de hoeveelheid olie waarin de koek gebakken werd. Om een mooie ronde bol te krijgen is namelijk een flinke pan olie nodig en daarvoor was in de middeleeuwen doorgaans te weinig geld. Met de komst van het kolonialisme, en daarmee ook de welvaart, kwam in ons land echter steeds betere olie beschikbaar. Zo gebeurde het dat pannen met vet rijkelijk gevuld konden pruttelen, waardoor de oliekoek in de loop der jaren een ander uiterlijk aannam.
Op een schilderij van Aelbert Cuyp (naar wie de bekende Amsterdamse straat en markt werden vernoemd, red.) uit 1652 zien we voor het eerst de oliekoek afgebeeld in de vorm zoals we die nu kennen. Niet veel later, in 1668, wordt in het kookboek ‘De Verstandige Kock of Sorghvuldige Huyshoudster’ voor het eerst in een recept voorgeschreven om het deeg te bakken in een ‘mengel’ (een vochtmaat van iets minder dan 1,5 liter, red.). Vanaf die tijd deed de ronde bol de platte koek langzaam van het toneel verdwijnen.
Toch duurde het tot halverwege de negentiende eeuw voordat de term ‘oliebol’ officieel zijn intrede deed. In 1868 werd het woord opgenomen in het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, beter bekend als ‘de Dikke Van Dale’. Rond die tijd raakte de lekkernij ook onlosmakelijk met de viering van oud en nieuw verbonden. Een traditie die tot op de dag van vandaag in ere wordt gehouden. Enfin; hoe u de feestelijke versnapering de 31ste ook wilt noemen, wij zeggen alvast: Eet smakelijk!