
Zeventien letters
Column VeelstromenlandAls boomer, geboren in 1955, heb ik met taal moeten stoeien. Het begon met Aap, Noot en Mies, daarna kwam begrijpend lezen. De een vond dat makkelijker dan de ander.
Paulien Cornelisse bracht de schoonheid van het pure Nederlands opnieuw onder de aandacht. Nu ze er niet meer is, zie ik overal eerbetoon. Terecht. Haar liefde voor taal blijkt zelfs postuum aanstekelijk. Dat zette me aan het denken. Waarom heeft de een meer gevoel voor taal dan de ander? Zit het in je DNA, de opvoeding, een goede leraar of een boek dat je boeit? Of speelt je eigen naam misschien mee?
Paulien Cornelisse kreeg bij haar geboorte in 1976 zeventien letters mee. Een merkwaardig arsenaal: veel e’s, een paar i’s, l’s, n’s en s’en, en verder precies één a, c, o, p, r en u. Een rijke woordmijn, geknipt voor Scrabble.
Als scheidsrechter neem ik de Officiële Scrabblelijst van Van Dale. Bij twee letters is de oogst bescheiden: ei, en, op, ui. Bij drie wordt het interessanter: air, eis, les, nul, oer, pen, rol, sla.
Twee woorden die ik enthousiast al had opgeschreven, blijken niet te kunnen. Oor heeft twee o’s, Paulien kreeg er maar één. Uit heeft een t, en die zit niet in haar naam. Haar naam was strenger dan ik.
Ongeduldig als ik ben, haal ik er AI bij. ChatGPT geeft uiteindelijk toe dat ‘ik ken veel woorden’ iets anders is dan ‘ik heb alles getest’. Claude mag de klus klaren met de OpenTaal-woordenlijst. Er rollen ruim 1.500 woorden uit, van twee tot en met vijf letters. Daarna wordt het dunner: specialiseren (dertien letters) en crisisplan (tien). Toepasselijk.
Als Paulien CornelisseN had geheten, was het mooiste woord: cipressenlanen. Stel je voor: veertien letters, drie keer de woordwaarde. Maar eerder te vinden in Toscane dan in ons Land van Maas en Waal.
Eén woord – een begrip – staat nog in geen enkele lijst. Zeventien letters lang, elke letter gebruikt. Geen letter te veel, geen blanco. Met een flinke bonus: Paulien Cornelisse.
Leg maar neer, Paulien.
Door Peter Fontijn



