Afbeelding
Foto: Peter Fontijn

Doorverteld

Column Veelstromenland

‘Mijn opa die boeken schrijft’, zo stelde kleindochter Vea (9) mij trots voor aan haar vriendinnetje, net na school. Voor ik het wist zaten we thuis aan de thee, bladerend door mijn boek over Verdwenen Kastelen en het stamboomboek dat ik indertijd voor haar maakte. Oude namen, oude gebouwen, oude foto’s, oude verhalen. Even was geschiedenis geen schoolvak meer, maar iets van ons samen.

‘Mijn opa is beroemd, hè opa?’, vroeg ze toen, haar Verkade-koekje soppend in de thee, met een gezicht waarop het antwoord al vaststond. ‘Nou…,’ zei ik, ‘eigenlijk ben ik een beetje een BMW’er. Een Bekende Maas en Waler.’ Ze glimlachte. Dat vond ze blijkbaar een alleszins acceptabele titel.

Het is niet de eerste keer dat Vea en ik ons over een boek bogen. Vorig jaar maakten we op haar verzoek haar allereerste eigen boekje: ‘Prinses Lola en de verloren kroon’, een klein Albelli-fotoboekje met haar verhaal en plaatjes die we samen uitzochten. Zij schreef, ik hielp met de techniek. Het verhaal was van haar.

En misschien draait het daar wel om: dat verhalen niet verloren mogen raken, maar doorgegeven worden. Ik merk het ook in mijn eigen werk. Ik ben momenteel op zoek naar een verloren stukje regionale geschiedenis: de tekenreis die drie kunstenaars in juli 1732 door Gelderland maakten, langs de Maas en de Waal en door de Bommelerwaard. Ik speur naar tekeningen, antieke kaarten en oude boeken, met hulp van specialisten en streekgenoten. Soms duikt er iets op, op een onverwachte plek, soms blijft het zoeken.

Maar telkens blijkt: geschiedenis leeft pas écht wanneer iemand haar doorvertelt.

Daarom trof Vea’s opmerking me zo. Niet omdat ik ‘bekend’ ben; dat valt reuze mee. Maar omdat zij, op haar negende, al heeft ontdekt dat verhalen het bewaren waard zijn.

En wie weet staat er over enkele decennia ergens een meisje naast een boekenkast, bladerend door een inmiddels vergeeld boekje, getiteld ‘Over de hobbelde bobbelde dyken’, en zegt ze: ‘Dat schreef mijn overgrootopa.’ Dát zou voor mij pas écht ‘beroemd’ zijn.

Door Peter Fontijn