AI-gegenereerde foto.
AI-gegenereerde foto. Foto: Peter Fontijn

Als de nood tóch aan de man komt

Column Veelstromenland

De Watersnood van 1926 is herdacht in Maas en Waal. Honderd jaar geleden stond het water hier letterlijk aan onze lippen. En na die helse hete zomer van 2026, waarin de Rijn zakte tot een nieuw minimum van 6,10 meter boven NAP, regent het nu. De rivieren stijgen, de uiterwaarden krijgen opnieuw kleur.

Zo komt alles toch goed. Toch? Was het maar zo simpel. Want terwijl wij hier opgelucht luisteren naar de tikkende regen, blijft het elders heel ‘heet’. Oorlogen en conflicten lijken vastgevroren, fronten bewegen nauwelijks, oplossingen evenmin. De grote spelers zitten gevangen in hun eigen gelijk en hun eigen onmacht.

Een jaar geleden schreef ik in deze krant de column ‘Noodpakket: NEE’. De overheidsoproep om ons voor te bereiden op langdurige uitval van voorzieningen vond ik toen vooral een sombere boodschap. Nu kijk ik er - eerlijk is eerlijk - ietsje anders tegenaan. Niet omdat ik tanks door Maas en Waal verwacht, of omdat een doos water, houdbaar voedsel, batterijen en een radio ons tegen oorlog beschermt. Maar omdat ik zie hoe muurvast alles zit, en hoe kwetsbaar onze gewone wereld eigenlijk blijft. De dijken, het elektriciteitsnet, internet, drinkwater, winkels, digitaal betalingsverkeer: we vinden ze vanzelfsprekend, totdat ze het niet meer doen. De stroom viel hier afgelopen jaar al twee keer uit…

In Maas en Waal weet men dat al eeuwen. Als het water komt, helpt het niet om naar elkaar te wijzen. Dan moeten we samen de dijk op, de Dijkmagazijnen openen, en met schoppen, kruiwagens, emmers en zandzakken de dijken versterken.

Misschien is dat de werkelijke betekenis van ‘een noodpakket’. Niet: ieder voor zich. Maar: een beetje voorbereid zijn, zodat we elkaar kunnen helpen als het nodig is. Samen.

De beschaving is kwetsbaarder dan we denken. Onze onderlinge afhankelijkheid is onze grootste kracht. Dus vooruit. Misschien toch maar eens nadenken over zo’n noodpakket? Niet uit angst, maar uit nuchterheid. Want… je weet nooit wanneer de nood tóch aan de man komt.

Door Peter Fontijn