
Toen de hitte historie werd
Column VeelstromenlandHitte laat zich slecht vangen in koele cijfers. Zij laat zich beter aflezen aan zacht geworden asfalt, slapeloze nachten, zure melk, dorstige paarden of verslaggevers die zinnen opschrijven als:
‘De straten trilden in de hitte.’
‘De weilanden zijn als verbrand.’
‘Het water der rivier was zoo laag…’
Ik ben begonnen aan een bronnenboek over hete zomers. Daarin verzamel ik letterlijke krantenfragmenten (met datum en krant), dagboekcitaten, passages uit oude brieven, herinneringen uit het rivierengebied en - natuurlijk - aansprekende anekdotes uit Maas en Waal.
Nu zomers met oranje en vuurrode waarschuwingen eerder regel dan uitzondering lijken te worden, wil ik zo’n bronnenboek met historische wetenswaardigheden binnen handbereik op de boekenplank hebben staan. Ik geef toe: er zit een vleugje luiheid in. Maar het is ook geen sinecure om bij zulke tropische temperaturen elke week opnieuw achter het bureau te kruipen voor research en vervolgens weer een column bijeen te pennen. Vandaar.
De werktitel luidt: ’Ooggetuigen over hitte, droogte en dorst in Nederland en het stroomgebied van Rijn, Maas en Waal (1540–1950)’.
Wordt het binnenkort weer twintig graden en motregent ’t wellicht zelfs, dan verdwijnt het project vermoedelijk tijdelijk onder een stapel andere goede voornemens.
Door Peter Fontijn