
Over de hobbelde bobbelde dyk (1)
Column VeelstromenlandHet Land van Maas en Waal laat zich niet haastig lezen. Je moet er langzaam doorheen, over dijken die meer golven dan lopen, langs dorpen die hun geschiedenis niet uitschreeuwen maar stil bewaren. Het is een landschap dat zich niet meteen prijsgeeft, maar wie goed kijkt, ziet waarom het al eeuwenlang kunstenaars aantrekt.
In 1732 trok de bijna 72-jarige Amsterdamse verzamelaar en kroniekschrijver Andries Schoemaker met zijn huishoudster Geesje Arends en de tekenaars Cornelis Pronk en Abraham de Haen per karos door Overijssel en Gelderland. Aan de hand van Schoemakers manuscript en de schetsboeken van Pronk en De Haen reconstrueerden de Zwolse archivarissen A.J. Gevers en A.J. Mensema de Overijsselse reis in Over de hobbelde bobbelde heyde.
Eenmaal in Gelderland hobbelde het gezelschap na Nijmegen via plaatsen als Overasselt, Wijchen, Hernen, Batenburg en Appeltern, door de Bommelerwaard, om daarna langs de Waal verder door Maas en Waal te trekken. Soms werkten de kunstenaars samen, soms afzonderlijk, geregeld gebruikmakend van elkaars schetsen. Niet altijd is nog precies vast te stellen wie wat tekende. Juist dat geeft hun werk iets levends, alsof de reis nog altijd voortduurt.
Bijna drie eeuwen later keek Ed van Heck, niet voor niets de Rembrandt van Maas en Waal genoemd, opnieuw naar datzelfde landschap. In 2013 vertaalde hij de achttiende-eeuwse schetsen van ’t Huis te Leeuwen naar een schildering op paneel. Zo reist een landschap door de tijd: van karos naar schetsboek, van archief naar olieverfschilderij.
Misschien is dat wel de grootste charme van deze streek: je kijkt niet alleen zelf naar dijken, dorpen en rivierbochten, maar kijkt ook door de ogen van hen die er vóór ons naar hebben gekeken.
Door Peter Fontijn

