Afbeelding
Foto: Peter Fontijn

Vuurwerk

Column Veelstromenland

Terwijl wij champagne ontkurkten, oliebollen bestoven en rotjes afstaken, stond de Vondelkerk in Amsterdam plots in lichterlaaie. Het neogotische monument van Pierre Cuypers - dezelfde Cuypers die de Ewaldenkerk in Druten bouwde - ging in vlammen op. Eeuwigheid, zo bleek, heeft soms een houdbaarheidsdatum.

Wie ooit een Cuyperskerk binnenliep, herkent zijn hand meteen: strakke lijnen, rooms-katholieke zekerheid in steen gegoten. Gebouwd voor de lange adem. Niet voor een nacht vol vuurwerk.

Op het beeld van de brand vermoed ik Cuypers zelf, als silhouet boven de vlammen. Niet boos, niet trots. Meer alsof hij denkt: was dit de bedoeling? De architect die in eeuwen dacht, ziet hoe zijn werk in minuten verdwijnt. Op de voorgrond zien we Joost van den Vondel in brons. Gemaakt door diezelfde Louis Royer van de buste van koning Willem II in het Drutense Ambtshuis. Vondel kijkt toe, onverstoorbaar, terwijl het volk verderop lijkt te dansen bij het vuur. Zoals mensen dat doen als het brandt: een beetje vrolijk, een beetje nerveus. Alsof beweging helpt. Alsof muziek het vuur kan sussen.

Het beeld uit de hoofdstad roept herinneringen op aan de Notre-Dame, maar net zo goed aan iets dichter bij huis. Aan gebouwen en ideeën die onderhoud vragen, geen applaus. Cuypers bouwde in Amsterdam én in Maas en Waal met dezelfde overtuiging: dit moet langer meegaan dan wijzelf.

Vondel wist het al: beschaving is een dun laagje vernis op een houten wereld. En vernis is brandbaar. Toch blijft hij zitten. Dichters hebben gewoonlijk geen haast. Die weten: na de brand begint het verhaal pas echt.

We steken vuurwerk af om het oude jaar weg te jagen. Maar soms jaagt het vuur iets terug. Doe vooral voorzichtig in het nieuwe jaar!

Door Peter Fontijn