
Dickens in Druten
Column VeelstromenlandOp 14 december gebeurt het weer: Druten verandert voor één dag in een Engelse droom uit de negentiende eeuw. Voor de dertiende keer trekt het Dickens Festijn door (een deel van) het dorp, met hoge hoeden, kanten kragen, straatmuziek en de geur van warme drank, en misschien zelfs Ebenezers Quadrupel. Het is alsof iemand aan een onzichtbare sleutel draait en plotseling ligt er geen Maas en Waal meer, maar Victoriaans Engeland.
Het Dickens-fenomeen is geen Drutense uitvinding. De bakermat ligt in Deventer, waar het Dickens Festijn al decennia duizenden bezoekers trekt. Gaandeweg is het idee over het land uitgewaaierd. In steeds meer steden en dorpen duiken eind november en in december figuren op uit de boeken van Dickens: soms groots aangepakt, soms klein en intiem. En juist die kleinschalige edities lenen zich goed voor iets wat je geen evenement, maar een dorpsmoment zou kunnen noemen.
Waarom spreekt het Dickens-thema zo aan? Dat heeft alles te maken met de schrijver die het toneel leverde: Charles Dickens. Hij beschreef het Engeland van rokende schoorstenen, kinderarbeid en scherpe tegenstellingen, maar ook van hoop, humor en medemenselijkheid. In zijn verhalen botsen armoede en rijkdom, hardheid en mededogen. En opvallend vaak wint uiteindelijk het hart.
Dat geldt ook hier. Want wie tijdens het festijn door de Hogestraat loopt, ziet hoe buren figuranten worden, ondernemers decorbouwers en vrijwilligers acteurs. Het is geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een lichte verschuiving ervan. Een herinnering dat gemeenschapszin niet vanzelf bestaat, maar telkens opnieuw wordt gemaakt.
Het Dickens Festijn in Druten is dan ook geen wereldproductie. Het is iets veel beters: een dorpsverhaal in kostuum. En misschien schuilt precies daarin de kracht. Niet in de omvang, maar in de aandacht. Niet in het spektakel, maar in de ontmoeting. En dat is een kerstgedachte die blijft hangen, ook als de hoge hoeden weer zijn opgeborgen.
Door Peter Fontijn

