Waalbandijk met op de achtergrond het veerhuis.
Waalbandijk met op de achtergrond het veerhuis. Foto: Ton van Hulst/Felix Hess

Thuisgevoel in ets en olieverf

Column Veelstromenland

Wie vandaag de dag van Leeuwen richting Druten langs de Waalbandijk loopt, ziet vrachtwagens, fietsers, wandelaars en een veer dat trouw heen en weer vaart. Rond 1905 was dat niet anders, maar stiller, kleiner en trager. Daar stond het Veerhuis, net gebouwd, met zijn markante tentdak. Daar kwam je om over te steken naar Dodewaard, of gewoon om een glas te drinken in een van de vele cafés in de buurt en een praatje te maken.

De Joodse kunstenaar Felix Hess (1878-1943) legde dat tafereel vast in een ets: dijklint, trap/coupure, het bootje op de Waal. Hess, schilder, etser en tekenaar, was een stille chroniqueur van het Nederlandse landschap. Zijn prenten zijn sober, precies en toch warm. Voor de oorlog was hij een Bekende Nederlander, vooral dankzij de spotprenten die hij twintig jaar lang tekende voor De Groene. Tragisch genoeg overleefde hij de oorlog niet (hij werd in 1943 vermoord in Sobibór). Zijn werk is daarmee ook een tastbare herinnering aan een verdwenen leven.

Ruim een eeuw later pakte Ton van Hulst, schrijver, autodidact schilder en restaurator uit Boven-Leeuwen, deze ets op. Hij maakte er een olieverfschilderij van: dezelfde compositie, maar nu in kleur en met licht. Waar Hess het zwart-wit van de toenmalige werkelijkheid tekende, schilderde Ton zomers groen, warme lucht en het gevoel van een dijkwandeling in augustus.

Zo praten twee kunstenaars met elkaar over de tijd heen. De een toont wat was, de ander laat zien hoe het voelde. Samen vertellen ze een verhaal van Druten, van de Waal, van ons.

Misschien is dat de echte waarde van zulke beelden: ze bewaren niet alleen stenen en dijken, maar ook de sfeer van een dorp. Monumenten zijn niet alleen mooi; de herkenbare gebouwen geven ons ook een thuisgevoel. De beelden van Felix en Ton doen dat ook. Zodat wij, meer dan een eeuw later, nog steeds kunnen stilstaan bij de plek waar de Waal eeuwig de dijk ontmoet, en wij onszelf even wanen in dat stille bootje, dat net d’n overkant haalt. Mooi hè, Maas en Waal!

Door Peter Fontijn