
Parkeer belijd
Column Babbels‘Als ik dan toch blik voor de deur moet hebben, dan maar mijn eigen blik!’ Ik hoor het mijn moeder nog zeggen toen we verhuisden naar een woning zonder eigen oprit. Regelmatig klaagde ze steen en been over buren en overburen die hun heilige koe voor ons raam stalden.
Mijn moeder kon mopperen als de beste, ik heb het niet van een vreemde. Maar daar bleef het ook bij. Ze stapte niet naar de gemeente, maakte ook geen bezwaren tegen een gehandicaptenparkeerplaats, laat staan dat ze mensen met de dood bedreigde om een parkeerplekje.
Op de Schepel in Beuningen gaat ’t er heel anders aan toe. Daar zijn je zijspiegels inmiddels hun leven niet meer zeker. Volgens De Gelderlander zouden de aanvragers van een gehandicaptenparkeerplaats hun buren het leven zuur maken.
‘De meneer en mevrouw in kwestie houden er hun eigen parkeerbeleid op na. Als één van de twee ’s ochtends weggaat, dan zet de ander de auto net wat naar achter, zodat er niemand anders kan parkeren. Als de partner dan terugkomt, dan wordt de auto weer verzet, zodat ze hun eigen plekje behouden.’ De aanvragers ontkennen uiteraard in alle toonaarden, maar staan ook niet bepaald open voor buurtbemiddeling.
Toch lijkt ’t me allemaal niet zo ingewikkeld. Stel dat je twee auto’s hebt, dan is ’t toch logisch dat er eentje dichtbij of voor de deur staat en de tweede een eindje verderop geparkeerd wordt waar meer plaats is. Daar hoeft toch geen hele bezwaarschriftencommissie aan te pas te komen?
Verkeerswethouder Cobussen kwam er in de krant nog even aan te pas om uitleg te geven. De wijken waren oud, nu zijn er meer auto’s en daarom hebben we dus te weinig parkeerruimte. Wat hij daar aan ging doen? Dat was de verslaggever even vergeten te vragen, maar misschien verwacht ik nu teveel.
Een wethouder die uit de losse pols pasklare oplossingen inparkeert, is immers een wel héél bijzondere bestuurlijke verrichting.
Door Patrick Huisman



