
De tragiek van een danseres
Column VeelstromenlandIsadora Duncan (1878-1927) was een vrouw van extremen. Ze brak met de strikte vormen van het klassieke ballet en werd een pionier van de moderne dans. Haar leven was even vrijgevochten als haar kunst. Ze ontkende God, omarmde de vrije liefde en sympathiseerde met het communisme. Bewonderd en verguisd, net als de in ons Land van Maas en Waal geboren kunstenaar Antoon van Welie, die haar in 1907 portretteerde.
Van Welie schonk die pasteltekening later aan een bekende uit Edam, waar hij samen met zijn vriend Willem Anton (’Pim’) Noothoven van Goor de zomer doorbracht. Hun verblijf, ‘Huis de Meeuwen’, stond in die tijd bekend als een plek van losbandigheid en artistieke uitspattingen. Noothoven van Goor beweerde een bastaardzoon van koning Willem III te zijn en zou, naast zijn relatie met Antoon van Welie, ook een korte affaire met Isadora hebben gehad.
Maar Isadora was als een vlinder, steeds op zoek naar nieuwe horizonnen. In 1913 sloeg het noodlot toe: haar beide kinderen verdronken toen haar auto het water in rolde. Haar echtgenoot, de Russische dichter Sergej Jesenin, pleegde in 1925 zelfmoord. Twee jaar later, op 14 september 1927, vond Isadora zelf een tragisch einde. Ze stapte in een Amilcar CGSS (’the poor man’s Bugatti’), een open sportwagen, en riep nog: ‘Adieu my friends, I go on to glory!’ Haar meterslange rode sjaal wapperde in de wind, raakte verstrikt in een van de spaakwielen, en trok haar met een dodelijke ruk uit de auto. Ze brak haar nek en stierf op slag. Haar leven was een dans op het scherpst van de snede, haar dood een macaber slotakkoord.
De pasteltekening van Van Welie werd in 2007 geveild bij Sotheby’s voor 4.750 euro. Een stille herinnering aan een vrouw die danste als geen ander, en viel zoals alleen zij dat kon. Sinds 9 februari zijn een aantal werken van Antoon van Welie te zien in Museum Tweestromenland in Beneden-Leeuwen.
Door Peter Fontijn



