Logo demaasenwaler.nl
<p>Jan Hein Hoftijzer.</p>

Jan Hein Hoftijzer.

(Foto: Ger Loeffen)
De Maas&Waler dat ben ik

De Maas & Waler, dat ben ik: Jan Hein Hoftijzer

In de rubriek ‘de Maas & Waler dat ben ik’ maken we kennis met een inwoner van deze regio. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom wonen ze hier? Het resultaat, een inkijkje in het leven van, al dan niet geboren en getogen, Maas en Walers, geïllustreerd met een karakteristiek portret.

Naam: Jan Hein Hoftijzer
Leeftijd: 73 jaar
Woonplaats: Beuningen

Beunings ereburger Jan Hein Hoftijzer laat zijn Bossche afkomst duidelijk zien: in de voortuin staan een paar afgezaagde boomstammen, fel beschilderd in de kleuren van Oeteldonk. ‘Iedereen kijkt ernaar, het wordt ook wel de potlodenboom genoemd’, lacht Jan Hein. Hij heeft een aantal jaren in Druten gewoond en werkte als leraar geschiedenis en aardrijkskunde aan de Scholengemeenschap Wijchen. ‘Na mijn sollicitatie wist mijn moeder al dat ik aangenomen was nog voordat ik thuiskwam…’ In 1978 verhuisde het gezin naar Beuningen. ‘We zochten een huis met een afgesloten tuin, dat was beter voor onze uit Aruba geadopteerde pleegdochter met gehoorproblemen. Later hebben we nog een jongetje met gehoorproblemen in ons gezin opgenomen. Ze zijn bij ons gebleven tot hun achttiende, daarna werden ze weer liefdevol opgenomen in hun oorspronkelijke gezinnen op Aruba.’

Jan Hein werd al gauw betrokken bij de scouting in Beuningen en fungeerde jarenlang als voorzitter. ‘Bij de scouting moesten ongeveer honderd kinderen zich behelpen met een veel te kleine blokhut. Nou, daar heb ik dus wat aan gedaan. Telkens weer zat ik daarvoor op het spreekuur bij burgemeester Lurvink, die mij op een gegeven moment vroeg of ik in het bestuur wilde komen van de woningbouwvereniging Beuningen/Ewijk. Een dag later was ik bestuurslid en penningmeester, en werd mij een zwaar dossier toegewezen: het oplossen van de grootschalige fraudeaffaire die toen zelfs landelijk in het nieuws kwam. In die functie bezocht ik bestuurders van allerlei pensioenfondsen in het hele land. Een jaar later was ik voorzitter. Gelukkig kreeg ik daar binnen mijn baan voldoende ruimte voor. Ik ben wel trots op de brief van de toenmalige minister Winsemius, die ons persoonlijk bedankte voor onze inzet in het oplossen van de miljoenenfraude. Bij mijn afscheid van de woningbouwvereniging werd mij de Gemeentelijke Erepenning van de gemeente Beuningen verleend.’

Via een collega van de Scholengemeenschap Wijchen die terugkeerde uit Nicaragua startte hij, in samenwerking met de Artsenopleiding van de Radboud Universiteit in Nijmegen, een project voor alfabetisering van kinderen in Nicaragua. Dat loopt nu al ongeveer dertig jaar en er staan een kleuterschool en scholen voor lager, voortgezet en technisch onderwijs in een arme wijk dichtbij een vuilnisbelt. ‘Samen met drie andere oud-docenten van de Scholengemeenschap Wijchen, thans het MaasWaal College, steun ik het project financieel.’ Als decaan onderhield Jan Hein veel contacten met het bedrijfsleven, onder andere om stages te realiseren voor zijn leerlingen. Maar na veertig jaar stopte hij, op zijn 63e. ‘Nou ja, stoppen… ik was inmiddels lid van de Stichting Leergeld Tweestromenland, waar ik bijna acht jaar de voorzittershamer hanteerde en overleg voerde met gemeenten, scholen en het bedrijfsleven. Nu springen gemeenten bij met overheidsfondsen voor de aanschaf van laptops en dergelijke, een belangrijk iets in deze coronatijd.’

Hij blijft toch altijd bezig met zich inzetten voor anderen. Nu als mantelzorger voor zijn zwager, die na een zware ziekteperiode gelukkig weer helemaal genezen is. ‘En ik begeleid ook zijn zus. Ik ga met haar naar de tandarts, de opticien en zo, vaak zijn het van die kleine dingetjes. Een vriend hier in de buurt, hij is al 84, heeft Parkinson; voor hem regel ik ook verschillende zaken.’

De voormalige leraar geschiedenis in hem komt bovendrijven in zijn hobby; genealogie. Met gepaste trots vertelt hij dat hij aaneensluitende familiedocumenten heeft getraceerd tot het jaar 1560. ‘Het oudste stuk is geschreven in 1366. Wij blijken afstammelingen te zijn van de 132e bastaard van de Graaf van Anholt (van Bronckhorst-Batenburg). Toen ik het privéarchief van Anholt wilde raadplegen, bleek de toegang niet eenvoudig, maar uiteindelijk vond ik daar de oudste akte van de Hof te Iserloe, waarvan de naam Hoftijzer is afgeleid. Ik heb tevens ontdekt dat veel van mijn (vroegere) familieleden over heel de wereld uitgezworven zijn. Als ik die oude akten lees, met die sierlijke, maar soms erg lastig leesbare letters, die vaak ook nog eens flink vervaagd zijn, kan ik genieten. Tevens maak ik graag ritjes op mijn racefiets, en we houden van treinreizen: grote steden bezoeken.’

‘Bij Theater Over en Weer, waarvan ik voorzitter ben, wordt ons nieuwe stuk al voor de tweede maal uitgesteld: corona. De grote subsidiegevers dringen er bij ons op aan het lokale bedrijfsleven aan ons theater te binden.’

Door Ton van Hulst

Meer berichten